Propagatie

Actuele gegevens over de propagatie (de condities genoemd in de volksmond).

Betekenis van de belangrijkste parameters:
De band condities op VHF en HF spreken voor zich. De gemeten waarden die dat allemaal beïnvloeden lees je hieronder.

Linker scherm:

SFI – Solar Flux Index
Deze waarde varieert gewoonlijk russen 60 en 300 en is een meting voor de straling op 2800 MHz (10.7 cm). De straling zelf heeft weinig invloed op de propagatie maar heeft een sterke correlatie met de UV en X-ray straling van de zon die wel een sterke invloed hebben.

SN – Sunspot Number
Waarden liggen tussen  0 en 250. Dit is niet simpel het aantal zichtbare zonnevlekken, maar neemt ook de grootte en groepering mee in dit getal. Hoe hoger de SN-waarde, des te hoger de UV- en X-ray straling. Het ioniserende effect van deze soorten straling heeft direct invloed op de D,E en F lagen en de MUF (Maximum Usable Frequency). Als SN en SFI toenemen, neemt ook de ionisatie in E en F laag toe dat betekent dat op HF de propagatie beter wordt.

A en K Plntry: A-Index en K-index, planeet-gemiddelde
A en K index geven de staat van het geomagnetisch veld van de aarde weer. Ze zijn direct aan elkaar gerelateerd maar werken met een verschillende schaal. K varieert tussen 0 (stabiel veld) en 9 (sterk verstoord veld). Als de waarde van K toeneemt boven de 4 dan is er sprake van een geomagnetische storm. A varieert tussen 0 en 400 en is afgeleid van K. A is in de basis de globale waarde van de verstoring van het geomagnetisch veld van de vorige dag. De K waarde is altijd de actuele waarde.

X-Ray – X-ray Intensity
De X-ray waarde geeft een indicatie over de intensiteit van deze straling die verantwoordelijk is voor de ionisatie van de D-laag. De D-laag absorbeert grotendeels de signalen HF-banden tot 5Mhz en verzwakt de signalen van 7 tot 10 MHz die dan wel de E en F lagen bereiken die verantwoordelijk zijn voor de bekende HF propagatie. De ordegrootte van de X-ray straling wordt gegeven door de letters A, B, C, M en X. “A5.3” betekent bijvoorbeeld dat de straling 5.3 x 10-8 W/m2 bedraagt en “X2.1” betekent dat 2.1 x 10-4 W/m2. De eerste (A) is dus niet veel straling, de tweede (X) dus heel veel. Als we in de X klasse terecht komen zal de D-laag zover geïoniseerd worden dat we zelfs een complete HF black-out meemaken.

304A – Relatieve Sterkte Zonnestraling op golflengte van 304 Angstrom
De straling op deze golflengte is voor de helft verantwoordelijk voor de ionisatie van de F-laag. De waarde correleert sterk met de SFI. Hoe hoger de 304A waarde, hoe beter de F-laag propagatie.

Ptn Flx – Proton Flux
Dichtheid van de protonen binnen het magnetisch veld van de aarde. Waarde is meestal onder de 10. Wanner de waarde toeneemt zal de propagatie via de polen verstoord worden. Bij waarden van 10.000 of hoger treedt dat effect op en bij 100.000 zullen paden over de polen helemaal onmogelijk worden.

Elc Flx – Electron Flux
Dichtheid van de de elektronen binnen het aardmagnetisch veld. Problemen in de propagatie in de buurt van de aurora-gebieden (in de buurt van de poolcirkel) treden op bij waarden van 1000 of meer.

Aurora
Waarden tussen 1 en 10. Deze waarde is afgeleid van de hoeveelheid GigaWatt energie die het poolgebied raakt. Neemt deze waarde toe dan neemt de F-laag ionisatie in de poolgebieden toe. Vaak schuift dan  het poollicht gebied naar iets lagere breedtegraad en is er kan op goede propatie voor 10 meter tot 70 cm. Het kan echter ook voorkomen dat de de HF propagatie over de polen volledig uitvalt. De n-waarde: als <2 dan is de gemeten Aurora waarde betrouwbaar. (deze extra indicatie zal binnenkort verdwijnen).

Aur Lat – Aurora Latitude (Aurora breedtegraad)
Laagste breedtegraad waar aurora nog kan optreden.

Bz – Interplanetair Magnetisch Veld
Waarde varieert van -50 tot +50. Bij positieve waarde werken het veld van de aarde zelf en het interplanetaire veld met elkaar mee. Bij negatieve waarde wordt het aardmagnetisch veld tegengewerkt en vermindert het beschermend effect ervan op elektronen en protonen die op hun beurt meer effect hebben op ionosferische en geomagnetische verstoringen.

SW – Solar Wind (Zonnewind)
Waarde varieert tussen 0 en 2000 en ligt meestal in de buurt van 375. Het drukt de snelheid uit in km/s van geladen deeltjes die de aarde passeren. Bij snelheden boven de 500 km/s kan het aard magnetisch veld verstoord worden, dat vervolgens kan leiden tot verminderde ionisatie en slechte HF condities.

 

rechter scherm:

Geomag Field – Geomagnetic Field
Staat van het Geomagnetische veld, deze is gebaseerd op de K-index. Deze kent 9 niveaus: van ‘Inactive’ tot ‘Extreme Storm’. Bij hoge waarden treden mogelijk HF black-outs op en aurora propagatie.

Sig Noise Lvl – Signal Noise Level
Noise in S-units dat wordt gegenereerd door de zonnewind bij haar interactie met het aardmagnetisch veld.

MUF US Boulder – Maximum Usable Frequency, gemeten in Boulder, USA
MUF gemeten in Boulder, USA. Zegt weinig over situatie in NL op dit moment. Het betekent het volgende.
Er wordt gekeken naar verbindingen over een afstand van 3000 km. De MUF in Boulder is dan de waarde die geldt voor een verbinding op dat moment, waarbij het pad met terugbuiging in de ionosfeer boven Boulder ligt. Hoe de MUF ligt op andere plaatsten in de wereld vind je met een toelichting op MUF World en een goede indicator voor verschillende afstanden in onze buurt is de Belgische Dourbes MUF monitor (zie figuur hieronder, te bekijken op een groter scherm; je ziet hier o.a. op de onderste regels de MUF’s voor verschillende afstanden).

http://digisonde.oma.be

Bron Digisonde.oma.be http://digisonde.oma.be

 

Solar Flare Prb – Solar Flare Probability
Kans op een zonnevlam richting de aarde in procent. Waarde meestal rond de 1 á 2 %.

 

Midden scherm:

EME Deg – Earth-Moon-Earth Degradation
Mate van extra signaalverzwakking van een EME-verbinding door de momentele afstand tussen aarde en maan. Deze varieert omdat de maan in een elliptische baan om de aarde draait. Waarden zijn van ‘Very Poor’ (> 5,5 dB) tot Excellent (< 1 dB).